Welke residuen en waarom ze relevant zijn
Niet alle pesticiden worden in standaard multi-residu-analyses meegenomen. Afhankelijk van het product en de herkomst kunnen extra analyses nodig zijn voor stoffen die frequent gebruikt worden, persistent zijn in het milieu of risico’s voor de gezondheid met zich meebrengen. Stoffen zoals neonicotinoïden, organofosfaten, triazool-fungiciden en pyrethroïden worden regelmatig getest vanwege hun effectiviteit, persistentie en mogelijke toxische eigenschappen. Glyphosaat en glufosinaat zijn wereldwijd veelgebruikt en staan vanwege controverses rond mogelijke carcinogene effecten ook hoog op de analyseagenda’s.
Voor QA-specialisten betekent dit dat het kiezen van de juiste analysemethode en het beoordelen van de relevante residuen cruciaal is. Multi-residu-analyses kunnen honderden stoffen tegelijk detecteren, maar sommige middelen zoals ethyleenoxide vereisen aparte tests. Daarbij verschilt het aantal stoffen dat door laboratoria wordt getest; in Nederland en België omvatten veel laboratoria ruim 700 stoffen, terwijl buitenlandse laboratoria vaak maar tot 500 stoffen analyseren. Deze verschillen kunnen leiden tot uiteenlopende conclusies over conformiteit van hetzelfde product.
Van laboratoriumrapport tot praktische toepassing
Het analyserapport is meer dan een document: het is de basis voor risico-inschatting en beslissingen in de keten. Laboratoria van Normec Foodcare geven aan of een product de MRL overschrijdt en of de ARfD (acute referentiedosis) wordt overschreden. Dit laatste is direct relevant voor de volksgezondheid.
QA-specialisten moeten deze rapporten kritisch lezen, rekening houdend met accreditatie en methodiek. Niet alle stoffen in een multi-residu-analyse vallen altijd onder de accreditatie, terwijl normen zoals BRCGS, IFS en FSSC 22000 juist vereisen dat analyses worden uitgevoerd door geaccrediteerde laboratoria. Een goed begrip van deze nuances voorkomt dat risico’s over het hoofd worden gezien.
Meldingsplicht: Nederland versus België
Bij overschrijdingen van MRL’s is het belangrijk om te weten wanneer een melding aan de toezichthouder verplicht is. In Nederland moeten ondernemers mogelijke onveilige levensmiddelen binnen vier uur melden bij de NVWA, waarbij beslisbomen helpen bepalen of een overschrijding een daadwerkelijk risico vormt voor de consument. De toetsing omvat onder meer de ARfD, de acceptabele dagelijkse inname (ADI) en de aanwezigheid van CMR-stoffen (carcinogeen, mutageen of reprotoxisch).
In België geldt een vergelijkbare verplichting richting het FAVV, met richtsnoeren en een berekeningsbestand om het risico van een overschrijding in te schatten. Voor verwerkende bedrijven geldt dat overschrijdingen van meldingslimieten niet altijd tot een verplichte melding leiden, mits het gevaar binnen het bedrijf kan worden geëlimineerd en de oorzaakanalyse, risico-evaluatie en corrigerende maatregelen traceerbaar zijn.
Residuanalyse als strategische pijler van QA
Residuanalyse van pesticiden is veel meer dan een laboratoriumtest; het is een strategische pijler van kwaliteitszorg die direct bijdraagt aan voedselveiligheid, consumentenvertrouwen en een duurzame bedrijfsvoering. Voor QA-specialisten betekent dit dat zij voortdurend alert moeten zijn op de selectie van analysemethoden, de interpretatie van laboratoriumresultaten en de toepassing van nationale meldingsprocedures. Bedrijven die hierin vooroplopen, versterken niet alleen hun positie op de markt, maar dragen ook bij aan een veilige, transparante en betrouwbare voedselketen.
Met een goed opgezet analysekader en een duidelijke meldingsstructuur wordt residuanalyse een krachtig instrument om risico’s te beheersen en vertrouwen in de producten te garanderen.
Ondersteuning nodig in de foodsector?
Onze experts denken graag met je mee en helpen je snel op weg.